NL / EN

MEERJARIGE ACTIVITEITENSUBSIDIE 2013-2016

DOOD PAARD

inleiding

Dood Paard is een vanuit Amsterdam nationaal en internationaal opererend collectief van de toneelspelers/artistiek leiders Kuno Bakker, Gillis Biesheuvel en Manja Topper. Zakelijk leider is Marten Oosthoek en vanaf 2013 wordt Theater Frascati de thuisbasis van Dood Paard. Met tekst als uitgangspunt maakt de groep maatschappelijk betrokken en vernieuwend toneel. Het oeuvre is opgebouwd uit nieuwe teksten, toneelstukken uit het wereldrepertoire en collagevoorstellingen. De producties worden op het repertoire gehouden zolang ze relevant blijven en gepresenteerd in het kader van 'STOCK'.
Voor Dood Paard is de essentie van theater de unieke en niet-herhaalbare interactie tussen speler en toeschouwer met behulp van voorgenomen en herhaalbare elementen. Het werk van Dood Paard kenmerkt zich volgens de aanvrager door het theatrale onderzoek en een vernieuwende dramaturgie. Dit heeft geleid tot een eigen stijl, die tegelijkertijd naïef en intelligent is. Die zoektocht is geen doel op zich, maar staat in dienst van de thema's van de voorstellingen. Dood Paard heeft in de loop der jaren een eigen spelopvatting ontwikkeld die de authenticiteit van de toneelspeler erkent. De toneelspeler verdwijnt niet in een personage, maar toont zijn interpretatie van en engagement met de rol. Daarbij is het erkennen van de aanwezigheid van het publiek essentieel, aldus de aanvrager.
Bij Dood Paard komt de ene productie voort uit de andere en reageert de ene voorstelling op de vorige. Het oeuvre is daarmee een doorlopend artistiek en politiek geëngageerd gesprek tussen de makers onderling enerzijds en tussen Dood Paard en het publiek anderzijds. Door deze werkwijze is de keuze van het repertoire niet helemaal te voorspellen. Wel worden er drie categorieën in het werk onderscheiden, die in 2013 en 2014 allemaal aan bod komen.

nieuwe Nederlandse toneelstukken: 'Een kerstvoorstelling-voor-het-hele-gezin' van Joachim Robbrecht en 'Botox Angels' van Rob de Graaf
bestaande toneelstukken: een bewerking van William Shakespeares 'Antonius en Cleopatra' in coproductie met tg STAN
montagevoorstellingen: een locatieproject op basis van 'De Idioot' van Fjodor Dostojewski, in coproductie met De Warme Winkel.
In 2013 en 2014 worden - in het kader van 'STOCK' en 'STOCK-Abroad' - de voorstellingen 'Long day's journey into the night', 'Wie is er bang voor Virginia Woolf?', 'Bye Bye', 'Reigen ad lib' en 'The Jew' gespeeld.
Dood Paard wil in de jaren 2013 en 2014 in totaal tweehonderd voorstellingen spelen in kleine en middenzalen, waarvan zestig in het buitenland. Dood Paard rekent daarbij op 20.000 bezoekers. De groep vraagt voor de voorstellingen een basissubsidie van 690.000 euro. Dood Paard vraagt bovendien een toeslag aan van 138.000 euro. De toeslag vraag het gezelschap voor de navolging die het werk en de werkwijze van Dood Paard vinden bij andere en nieuwe groepen, en voor het consequent ontwikkelen van nieuw toneelrepertoire.

Dood Paard ontvangt voor de jaren 2009-2012 een vierjarig subsidie van het Fonds Podiumkunsten van 642.580 euro per jaar. Voor die tijd ontving Dood Paard subsidie van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Van de gemeente Amsterdam ontvangt Dood Paard in de periode 2009-2012 jaarlijks een subsidie van 107.970 euro. In de periode 2009-2012 hebben adviseurs van he Fonds vijftien voorstellingen van tien verschillende producties van Dood Paard (inclusief voorstellingen uit 'STOCK') bezocht.

beoordeling

Artistieke kwaliteit
goed
De commissie vindt de artistieke kwaliteit van Dood Paard goed. Het werk is altijd herkenbaar, of het nu gaat om een stuk uit het wereldtheaterrepertoire of een nieuw geschreven tekst. Over de wijze waarop engagement en theater verbonden, worden is de commissie positief. De door de groep genoemde naïviteit en intelligentie zijn herkenbaar. De onderzoekende kwaliteit van de vaste artistieke kern draagt daaraan bij en de groep slaagt er goed in om andere interessante makers aan zich te koppelen. Door bij iedere productie te onderzoeken wat de kern van het stuk (in deze tijd) is, slaagt de groep erin zich te blijven ontwikkelen. Toch tekent de commissie daarbij aan dat niet alle producties in de afgelopen periode even geslaagd waren. Soms ontbeerde een voorstelling een voldoende heldere dramaturgie en soms was de tekst(bewerking) niet scherp genoeg.
Uit de plannen voor de komende jaren blijkt dat Dood Paard nog steeds met enthousiasme nadenkt over wat de groep wil doen en vertellen. De drie repertoirelijnen waarlangs Dood Paard zijn producties ontwikkelt, worden in de komende jaren voortgezet en de beschreven plannen maken de commissie nieuwsgierig. Voor een aantal producties wordt samengewerkt met een nieuwe generatie theatermakers, wat tot interessante confrontaties en producties kan leiden: van een familie- tot een locatieproductie. Het verbindende element blijft het maatschappelijke engagement en het steeds opnieuw definiëren wat theater is of ook kan zijn. Daarbij tekent de commissie wel aan dat de vorm van de producties inmiddels zo ver ontwikkeld is, dat alleen een zeer goed ingevoerd publiek bijvoorbeeld de reactie op eerder werk nog ziet. Voor een algemener publiek blijft vooral de typerende en wellicht ongrijpbare Dood Paard-stijl zichtbaar en dat heeft consequenties voor de zeggingskracht. Het plan gaat verder niet scherp in op de verschillen tussen producties in complexiteit en geschiktheid voor een breder publiek.
De stap om 'echt' huisgezelschap van Frascati te worden vindt de commissie vanuit artistiek oogpunt eveneens interessant, hoewel de uitwerking van deze nieuwe rol vooralsnog tot enkele ideeën beperkt blijft.

Ondernemerschap
voldoende
De commissie beoordeelt het ondernemerschap van Dood Paard als voldoende. De nieuwe subsidiesystematiek van het Fonds vraagt van Dood Paard een nieuwe visie op de financiering van de activiteiten, aangezien de mogelijke bijdrage aanzienlijk lager wordt. De groep verwacht die teruggang onder andere op te vangen door verlaging van de beheerslasten. Zo zorgt het intrekken bij Frascati voor lagere huisvestingskosten en minder kosten voor onder meer publiciteit, productie en administratie. Ook wordt de aanstelling van de zakelijk leider beperkt. In hoeverre hiermee de beoogde besparing op overhead wordt gerealiseerd, wordt echter niet duidelijk uit de toelichting.
De groep slaagt er de afgelopen jaren in om veel voorstellingen te spelen, ook in het buitenland. In Nederland is er samenwerking met een geselecteerd aantal podia. Het valt de commissie op dat Dood Paard weinig inzet op uitbreiding van dat netwerk. Met name buiten de Randstad is de groep beperkt te zien. Met de productie 'Botox Angels' wil Dood Paard wel een vervolg geven aan het succes van 'Freetown' op het gebied van verkoop en publieksbereik, maar over de wijze waarop de groep daarmee de positie bij meer theaters wil versterken, biedt de aanvraag weinig informatie. Op het gebied van marketing valt het de commissie bovendien op dat het plan beperkt inzicht biedt in de actiepunten die zijn geformuleerd op basis van een recent uitgevoerd publieksonderzoek. Dit alles maakt dat de commissie de begrote groei van het publiek ambitieus vindt.
Uit de begroting blijken vrij grote veranderingen in de inkomsten, mede om de teruggang in Fonds-subsidie op te vangen. Zo vraagt de groep een hoger subsidie van de gemeente Amsterdam. Ook voor het zoeken naar andere eigen inkomsten worden in de aanvraag verschillende goede ideeën genoemd. Deze missen echter vooralsnog een duidelijke uitwerking. Voor de beschreven activiteiten is bovendien een ander netwerk en andere marketinginzet nodig dan nu in de organisatie aanwezig is. Bovendien gaat de zakelijk leider terug in het aantal beschikbare uren, waardoor het ook qua tijd lastig wordt om nieuwe wegen te exploreren. Volgens de commissie bestaat er dus een reëel risico dat de ambities op dit punt niet zullen worden gerealiseerd.
Daar komt bij dat de commissie kritische kanttekeningen plaatst bij de begrote publieksinkomsten. Deze gaan ten opzichte van de afgelopen jaren fors naar beneden, vooral de inkomsten uit voorstellingen in Nederland. De aanvraag geeft hier echter geen toelichting bij. Gezien de grote inspanning die de groep moet leveren om nieuwe inkomsten te verwerven en kosten te besparen, is dit in de ogen van de commissie een serieus gemis.
De commissie heeft waardering voor de buitenlandse activiteiten van Dood Paard. De groep slaagt er al langere tijd in om jaarlijks in een aantal verschillende landen te spelen, hetgeen zeker voor teksttheater opmerkelijk is. De ambities wat betreft het aantal speelbeurten in het buitenland zijn de komende jaren vergelijkbaar met die van de afgelopen jaren. Wel schrijft de aanvrager dat hij het afzetgebied wil vergroten. Dat is op zich positief, maar naar welke landen en ten koste van welke andere landen of plekken is niet duidelijk. Daar tegenover staat dat de financiële bijdrage die de groep moet leveren aan het spelen in het buitenland, soms niet in verhouding staat tot de opbrengsten. In het kader van het ondernemerschap vindt de commissie dat niet positief.

Bijdrage aan de pluriformiteit
ruim voldoende
De commissie constateert dat er behalve Dood Paard veel instellingen in Nederland zijn die zich bezig houden met teksttheater. Er zijn zowel instellingen binnen de basisinfrastructuur als ongesubsidieerde producenten die teksttheater spelen. Echter, in vergelijking met andere instellingen onderscheidt het werk van Dood Paard zich door de wijze waarop de groep zich verhoudt tot het wereldtheaterrepertoire, zijn (kritische) onderzoekende houding ten aanzien van theatermaken en de wijze waarop de groep dit zichtbaar maakt in de voorstellingen. Dood Paard is hierin echter niet uniek. De bijdrage van Dood Paard aan de pluriformiteit van het Nederlands podiumkunstenaanbod beoordeelt de commissie daarom als ruim voldoende.

Bijdrage aan de geografische spreiding
neutraal
De commissie beoordeelt de bijdrage van Dood Paard aan de spreiding van de podiumkunsten als neutraal. Met zijn vestigingsplaats Amsterdam, waar een groot aantal instellingen aanwezig is, alsmede een ruim aanbod van podiumkunsten, draagt de groep niet bij aan de spreiding. Uit de aanvraag blijkt bovendien dat verreweg het merendeel van de geplande activiteiten in Nederland plaatsvindt in de vier grote steden, waarmee evenmin wordt bijgedragen aan de spreiding van het podiumkunstenaanbod over het land.

Financiële bijdrage provincie of gemeente
ruim voldoende
Voor de periode 2013-2016 heeft de groep een bedrag van 195.000 euro per jaar aangevraagd bij de gemeente Amsterdam. Indien die aanvraag wordt gehonoreerd, is er sprake van een beperkte lokale bijdrage.

Toeslag
niet toekennen
Dood Paard vraagt een toeslag voor de navolging die het werk en de werkwijze van de groep volgens de aanvraag vinden bij andere en nieuwe groepen, alsmede voor het consequent ontwikkelen van nieuw toneelrepertoire.
In de argumenten die Dood Paard naar voren brengt voor een toeslag voor innovatie beschrijft de groep volgens de commissie in essentie wat Dood Paard doet. Onder meer het ontwikkelen van repertoire met schrijvers, de speelstijl en werkwijze, zijn kenmerkende aspecten van Dood Paard. De commissie merkt op dat het in de kunsten gebruikelijk is om te reageren en reflecteren op eerdere of andere kunstwerken. Dat deze verdiensten exclusief aan Dood Paard zijn verbonden en daarmee hebben bijgedragen aan innovatie van het aanbod van anderen is naar het oordeel van de commissie een te grote claim, die in de aanvraag niet wordt onderbouwd. Bovendien claimen andere groepen dezelfde navolging te hebben (gehad). Activiteiten die genoemd worden als lesgeven op de toneelscholen, internationale coproducties, workshops en nagesprekken zijn wat de commissie betreft activiteiten die veel andere gezelschappen ook ondernemen. Deze horen bij de reguliere productie- of marketingactiviteiten, dan wel tot educatieve activiteiten die zouden moeten leiden tot inkomsten. Met betrekking tot het ontwikkelen van nieuw repertoire acht de commissie het aantal nieuw te schrijven teksten in 2013 en 2014 te gering voor toekennen van de toeslag.

conclusie

De commissie adviseert de aanvraag van Dood Paard te honoreren. De commissie adviseert geen toeslag toe te kennen.

aangevraagd bedrag 2013-2014 € 828.000
aantal uitvoeringen 2013-2014 Basisbedrag Totaal
Circuit klein 140 € 3.000 € 420.000
Circuit midden 60 € 4.500 € 270.000
Circuit groot
Basissubsidie voor 2 jaar € 690.000
Toeslag niet toekennen
Totaal subsidie voor 2 jaar € 690.000
       
Gemiddeld per jaar € 345.000

muziek

organisatieaangevraagdtoekennen

Amstel Saxofoonkwartet€ 45.0000 *
Amsterdam Klezmer Band€ 184.750€ 184.750 per jaar
Amsterdam Sinfonietta€ 574.000€ 574.000 per jaar
Apollo Ensemble€ 80.2500
Asko|Schönberg€ 643.250€ 643.250 per jaar
Bik Bent Braam€ 58.8000 *
BOT€ 117.0000 *
Brokken€ 116.000€ 116.000 per jaar
Calefax€ 384.000€ 245.000 per jaar
Camerata Trajectina/Brisk€ 97.2500
Cappella Amsterdam€ 478.000€ 478.000 per jaar
Cello Octet Amsterdam€ 126.0000 *
de Oefening de Kunst (dOeK)€ 124.800€ 124.800 per jaar
Don KosakenChor Russland€ 585.0000 *
Egidius Kwartet€ 108.7500 *
Five Great Guitars€ 195.0000 *
Fra Fra Sound & Big Band€ 95.0000
Holland Baroque Society€ 322.200€ 268.500 per jaar
Insomnio€ 187.2000
Instant Composers Pool (ICP)€ 140.000€ 140.000 per jaar
Intro in situ€ 164.4000 *
Ives Ensemble€ 131.2500
Jazz in Motion€ 212.5000 *
Jazz Orchestra of the Concertgebouw€ 509.4000 *
De Kift€ 224.500€ 224.500 per jaar
Kulsan€ 174.5000
Matangi Quartet€ 112.0000 *
Metropole Orkest€ 720.0000
Nederlands Blazers Ensemble€ 808.200€ 808.200 ** per jaar
Nederlandse Bachvereniging€ 733.500€ 533.750 per jaar
Nederlands Kamerkoor€ 610.000€ 610.000 per jaar
Nieuw Ensemble€ 594.0000 *
Nieuwe Philharmonie Utrecht€ 430.0000
Oorkaan€ 471.600€ 471.600 per jaar
Opera per Tutti!€ 102.0000 *
orkest de ereprijs€ 228.6000 *
Orkest v/d Achttiende Eeuw€ 300.000€ 300.000 per jaar
Paul van Kemenade Quintet€ 51.0000 *
RBO Sinfonia€ 444.0000
Rubens Quartet€ 96.0000 *
Sinfonia Rotterdam€ 142.5000
Slagwerk Den Haag€ 317.400€ 219.500 per jaar
Stroom Management/Izaline Calister€ 135.0000
Tam Tam Productions€ 238.5000 *
Tango Extremo€ 90.0000 *
The Ex€ 142.5000 *
Tomoko Mukaiyama Foundation€ 170.100€ 141.750 per jaar
Utrecht String Quartet€ 78.0000
Van Swieten Society€ 95.7500 *
Visisonor€ 61.0000
Zijlstra€ 103.7500

theater

organisatieaangevraagdtoekennen

Afslag Eindhoven€ 66.0000
De Appel€ 540.0000 *
Bambie€ 256.5000 *
't Barre Land€ 244.8000 *
Beumer & Drost€ 300.000€ 300.000 per jaar
BonteHond€ 333.000€ 333.000 per jaar
De Brandstichting€ 240.0000
Carver€ 486.0000 *
Caspar Rapak€ 82.5000
Compagnie Karina Holla€ 120.0000
Dood Paard€ 414.000€ 345.000 per jaar
Dries Verhoeven€ 198.000€ 198.000 per jaar
Edit Kaldor€ 81.0000 *
Eigen Werk Theaterproduktie€ 97.5000
De Federatie€ 504.0000 *
Feikes Huis€ 232.500€ 232.500 per jaar
Female Economy€ 342.000€ 285.000 per jaar
Firma MES€ 90.0000 *
Firma Rieks Swarte€ 336.750€ 336.750 per jaar
Fred Delfgaauw€ 210.0000
Golden Palace€ 288.750€ 288.750 per jaar
Het Houten Huis€ 371.250€ 371.250 per jaar
Hoge Fronten€ 117.000€ 117.000 per jaar
Hotel Modern€ 601.200€ 501.000 per jaar
In Goed Gezelschap van Laura€ 127.500€ 127.500 per jaar
Jakop Ahlbom€ 331.500€ 331.500 per jaar
Kassys€ 67.5000
Keesen & Co€ 207.0000
Likeminds€ 219.7500 *
Maatschappij Discordia€ 360.0000
Matzer€ 277.500€ 277.500 per jaar
MC Producties€ 270.0000
Mug met de Gouden Tand€ 360.000€ 300.000 per jaar
Nachtgasten€ 75.0000 *
De Nieuw Amsterdam€ 360.0000
Het Nieuw Utrechts Toneel€ 87.0000
Nieuw West€ 153.0000
OMSK€ 204.3000 *
Onafhankelijk Toneel€ 540.0000 *
Orkater (theater)€ 770.400€ 588.800 ** per jaar
PeerGrouP€ 472.500€ 393.750 per jaar
Productiehuis Brabant€ 129.7500 *
Schweigman&€ 420.300€ 350.250 per jaar
Teatro Munganga€ 210.0000
TG Lange Mannen€ 76.5000
Theater Bellevue€ 180.000€ 180.000 per jaar
ThEAter EA€ 159.0000
Theater Gnaffel€ 378.000€ 315.000 per jaar
Theatergroep Aluin€ 198.7500
Theatergroep Suburbia€ 390.000€ 300.000 per jaar
Theater Nomade€ 240.0000
Theater RAST€ 345.0000 *
Theater Terra€ 450.000€ 450.000 per jaar
Theater Zeelandia€ 737.100€ 614.250 per jaar
The Glasshouse€ 186.7500 *
The Lunatics€ 80.2500
Thibaud Delpeut€ 300.0000 *
Toneelgroep Het Volk€ 277.5000 *
Toneelschuur Producties€ 528.750€ 457.500 per jaar
Het Toneel Speelt€ 900.0000 *
Trouble Man€ 60.000€ 60.000 per jaar
Ulrike Quade Company€ 434.700€ 434.700 per jaar
Unieke Zaken€ 150.000€ 150.000 per jaar
Via Rudolphi Theaterproducties€ 288.000€ 288.000 per jaar
Vis á  Vis€ 412.500€ 412.500 per jaar
De Voortzetting€ 225.0000
De Warme Winkel€ 401.400€ 334.500 per jaar
Wunderbaum€ 486.000€ 486.000 per jaar
ZEP€ 288.000€ 240.000 per jaar

dans

organisatieaangevraagdtoekennen

Club Guy and Roni€ 592.200€ 493.500 per jaar
Conny Janssen Danst€ 468.000€ 468.000 per jaar
Dance Works Rotterdam€ 111.6000 *
De Dansers€ 300.0000
Dansgroep Amsterdam€ 399.6000
Danstheater Aya€ 558.000€ 461.000 ** per jaar
ICKamsterdam (Emio Greco|PC)€ 751.500€ 751.500 per jaar
Het Internationaal Danstheater€ 792.0000
ISH€ 522.000€ 522.000 per jaar
Korzo€ 207.900€ 173.250 per jaar
LeineRoebana€ 360.000€ 300.000 per jaar
Meekers€ 441.000€ 367.500 per jaar
nb (Nicole Beutler)€ 279.000€ 279.000 per jaar
Plan-D€ 150.0000 *
Project Sally€ 142.500€ 142.500 per jaar
De Stilte€ 450.000€ 375.000 per jaar
T.R.A.S.H.€ 144.000€ 120.000 per jaar
Het Veem Theater€ 90.000€ 75.000 per jaar
Vloeistof€ 120.0000 *
WArd/waRD (Ann van den Broek)€ 345.600€ 288.000 per jaar

muziektheater

organisatieaangevraagdtoekennen

DeltaDua€ 150.0000
Flint€ 62.2500 *
Het Geluid€ 165.0000 *
Holland Opera€ 599.2500 *
Hollands Diep€ 270.0000
M-Lab€ 378.0000 *
Opera Spanga€ 229.5000 *
Orkater (muziektheater)€ 300.000€ 300.000 per jaar
Paradiso Melkweg Productiehuis€ 252.0000 *
PIPS:lab€ 243.000€ 202.500 ** per jaar
Rosa Ensemble€ 183.6000 *
Sonnevanck€ 234.0000 *
Tafel van Vijf€ 131.250€ 131.250 per jaar
De Veenfabriek€ 765.900€ 638.250 per jaar
VocaalLAB€ 570.600€ 475.500 per jaar
Het Volksoperahuis€ 255.000€ 255.000 per jaar
Vrije Val€ 397.5000