NL / EN

MEERJARIGE ACTIVITEITENSUBSIDIE FESTIVALS EN CONCOURSEN 2013-2016

OEROL

Terschellings Oerol Festival

inleiding

Oerol is een tiendaags mulidisciplinair locatietheaterfestival, dat in 2012 voor de 31e keer op Terschelling wordt georganiseerd. Sinds 2009 is Kees Lesuis artistiek leider van het festival; creatief directeur Joop Mulder is als boegbeeld van het festival het (inter)nationale gezicht van het festival en begeleidt op het eiland makers van idee naar uitvoering op locatie. Tijdens het festival vinden verspreid over het gehele eiland rond de achthonderd uiteenlopende presentaties en voorstellingen plaats. Daarmee trekt het festival een groot en trouw publiek van jaarlijks gemiddeld 55.000 unieke bezoekers die meerdere dagen op het eiland verblijven en verschillende activiteiten bezoeken en verkoopt het festival zo’n 120.000 theaterkaarten en expeditiepassepartouts.
Oerol speelt een voortrekkersrol op het gebied van locatietheater, omdat volgens de aanvrager het eiland zelf het DNA van Oerol vormt. Het festival biedt zowel beginnende als gearriveerde makers uit binnen- en buitenland een openluchtlaboratorium en een podium voor hun nieuwe werk. In afgelopen periode hebben ook meer gevestigde theatergroepen de weg naar Oerol gevonden en daar voorstellingen uitgebracht die het seizoen daarop in aangepaste versie in de theaters speelden.
Oerol heeft de ambitie om ontwikkelingen op het gebied van locatietheater te onderzoeken en van een Europese context te voorzien. Het festival richt zich daarbij op nieuwe vormen van locatietheater die zich begeven op het snijvlak van theater, beeldende vormgeving, landschapsarchitectuur en performance. Voor de komende periode staan onder meer projecten op stapel met Boukje Schweigman, Nick Steur, Sytse Pruiksma, Lieux Publics & Cie en kunstenaarsgroep Observatorium.
Oerol is met het Amsterdamse Over het IJ Festival een vast samenwerkingsverband aangegaan. De gezamenlijke expertise van deze festivals wordt ingezet om een aantal makers te begeleiden die onderzoek willen doen naar het werken in zowel natuurlandschap en industrieel grootstedelijk gebied. Dit intensieve meerjarige traject vormt nu Atelier Oerol.
Naast Atelier Oerol wil het festival jaarlijks tien meerdaagse werkbezoeken in de vorm van residenties. Dat kan in verschillende categorieen, van conceptontwikkeling en schrijven op locatie tot onderzoek met publiek. Ten slotte verwacht het festival in de komende periode als Europese springplank voor Nederlandse makers te kunnen fungeren door te coproduceren via het nieuwe, door de Europese commissie ondersteunde, IN SITU – META programma.
Vanuit het gemis in het aanbod van kwalitatief, groot gemonteerd locatietheater van Nederlandse bodem heeft Oerol samen met een aantal andere zomerfestivals (Over het IJ Festival, Theaterfestival Boulevard, Karavaan en Cultura Nova) een intentieovereenkomst gesloten met enkele basisinfrastructuur (BIS) gezelschappen. Deze zullen voor het zomercircuit in de komende periode ieder een of twee locatieproducties maken.

Oerol ontvangt sinds 2011 met terugwerkende kracht voor de periode 2009-2012 subsidie van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) in het kader van de basisinfrastructuur (BIS). Oerol werd in 2008 niet toegelaten tot de BIS. Daar heeft het festival met succes beroep tegen aangetekend. Het subsidiebedrag dat Oerol in het kader van de vierjarige subsidieregeling van het Fonds Podiumkunsten in deze periode was toegekend is vervolgens overgeheveld naar het budget van OCW.
Oerol ontvangt structurele subsidie van gemeente Terschelling en provincie Friesland. Oerol heeft afgelopen edities aanvullend subsidie ontvangen vanuit de afdeling compositie. Oerol maakt deel uit van het InSitu netwerk, dat in de afgelopen periode en tot 2016 Europese subsidie ontvangt.
Adviseurs van het Fonds hebben in de periode 2009–2012 de verschillende festivaledities bezocht.

beoordeling

Artistieke kwaliteit
ruim voldoende
De kracht van dit festival ligt, zoals de organisatie ook aangeeft, in het eiland zelf besloten: daar waar producties een directe relatie aangaan met de natuur van de omgeving is het festival op zijn best. Oerol is een festival dat makers de mogelijkheid biedt om deze confrontatie met de omgeving daadwerkelijk aan te gaan. Oerol speelt daarmee een belangrijke rol in het toonaangevend presenteren van locatie- en landschapstheater en heeft daarmee een goede en heldere eigen signatuur. In de tien dagen dat Oerol plaatsvindt valt het eiland Terschelling haast een op een samen met het festival.
In de hele brede programmering van Oerol vindt de commissie met name dat de producties die deze confrontatie met de natuur zijn aangegaan eruit springen; de samenwerking met een aantal makers en gezelschappen heeft in de afgelopen periode tot opmerkelijke presentaties geleid. Daarbij levert de horizontale programmering op het eiland veel speelbeurten op voor gezelschappen, die daarbij vrij consequent het maximaal mogelijke publiek trekken. De opzet van de paspoortroute vindt de commissie in afgelopen periode zeer verbeterd. Bij deze multidisciplinaire routes gaan doorlopende installaties en optredens de confrontatie met het Terschellingse landschap aan, mooi aansluitend op de focus van het festival.
De commissie heeft ook een aantal punten van kritiek. Zij vindt de keuze voor bepaalde gezelschappen niet altijd even duidelijk; de organisatie zou kritischer kunnen zijn in de keuze wie en wat ze van de nieuwe generatie theatermakers op Oerol wil presenteren. De commissie merkt op dat er geregeld makers staan die door de aard van hun werk beter in een gewone zaal tot hun recht komen. Dat vindt ze afbreuk doen aan de scherpte van het profiel. Daarbij merkt de commissie op dat de kwaliteit van de voorstellingen sterk wisselend is. Bij de overige programmering is ook onduidelijk welke artistieke lijn hier leidend is. Dat geldt met name bij de muziekprogrammering waar de commissie in het plan een toelichting mist over het profiel dat het festival voor ogen staat bij deze programmering.
Het plan van Oerol om de focus in de komende periode scherper op locatie- en landschapstheater te richten vindt de commissie positief, omdat het festival daarmee dicht bij zijn hart blijft. Oerol heeft in afgelopen periode een aantal interessante lijnen uitgezet die ze nu verwacht te verzilveren. De aandacht voor en het stimuleren van Nederlandse makers om grootschalig(er) locatiewerk te ontwikkelen vindt de commissie belangrijk. Primair vanwege de inhoudelijke ontwikkeling die dit tot gevolg kan hebben, maar daarnaast zeker ook omdat de productie hierdoor aan een groot publiek per voorstelling gepresenteerd kan worden. De commissie is in dit kader ook benieuwd naar de resultaten van de afspraak tussen Oerol en enkele andere zomerfestivals met een aantal gezelschappen uit de basisinfrastructuur om in de komende periode ook op locatie te gaan werken.
Bovenstaande tegen elkaar afwegend beoordeelt de commissie de artistieke kwaliteit van Oerol als ruim voldoende.

Bijdrage aan de ontwikkeling podiumkunsten
goed
De bijdrage aan de ontwikkeling van de podiumkunsten beoordeelt de commissie als goed. Oerol heeft aan de wieg gestaan van het locatietheater. De ontwikkeling van dit genre en de emancipatie daarvan tot de positie die dit genre nu in het Nederlandse theaterleven inneemt zou er zonder Oerol heel anders uit hebben gezien. De stimulans die Oerol aan het locatietheater geeft en de manier waarop het festival makers die ruimte geeft, hebben volgens de commissie duidelijk tot ontwikkelingen op dat vlak geleid. Oerol heeft het locatiebewustzijn van makers sterk ontwikkeld, ook bij makers die zich nooit eerder met het werken op locatie hebben beziggehouden. Dit locatiebewustzijn nemen ze weer mee terug de zaal in. Door de grote aandacht die jonge makers krijgen op het festival, levert Oerol een substantiële bijdrage aan talentontwikkeling voor makers die ervaring met locatietheater willen opdoen. Het festival biedt verdiepings- en ontmoetings-programma’s aan voor vak- en algemeen publiek. De lunchateliers, die sinds 2011 georganiseerd worden, blijken daarbij een goede laagdrempelige formule om met de jonge makers een gesprek over hun werk aan te gaan, meer dan de in de ogen van de commissie enigszins obligate koffiegesprekken op het festivalterrein.
De commissie zet wel kanttekeningen bij de manier waarop begeleiding van makers op Oerol plaatsvindt. Het festival laat veel over aan de praktijk, de inhoudelijke begeleiding is beperkt en wordt nauwelijks geëvalueerd. Oerol heeft een eigen stijl van coachen en die lijkt soms niet meer te passen bij de eisen die tegenwoordig gesteld worden aan de begeleiding van makers. De samenwerking met Over het IJ Festival en het bundelen van expertise van beide festivals op dit vlak biedt echter perspectief op een inhoudelijke verdieping en begeleiding op maat. Het plan beoogt in de komende periode ongeveer achttien nieuwe locatiegerichte makers te ondersteunen. De commissie is er van overtuigd dat een dergelijk plan, ondergebracht in Atelier Oerol, in deze tijd waarin de productiehuizen worden afgeschaft een belangrijke rol voor nieuwe makers kan spelen. De bundeling van expertise vindt de commissie een meerwaarde opleveren voor de te ondersteunen makers, maar de hoeveelheid makers vindt ze te groot. Ze vraagt zich af of er voldoende talent is op dit vlak en of er vervolgens voldoende plekken zijn waar al deze makers aan de slag kunnen. De commissie is de mening toegedaan dat met een strengere selectie gerichter gewerkt kan worden aan een kwalitatief sterker eindresultaat.
De commissie wijst erop dat de organisatie ervoor moet waken zijn positie als vanzelfsprekend te beschouwen. Oerol is belangrijk voor het locatietheater, maar lijkt dat vooral te zijn door het bieden van een mogelijkheid tot reflectie aan makers. Diezelfde reflectie mist de commissie echter in het plan. De aanvraag ontbeert een visie op Oerols eigen rol in de ontwikkeling van het landschapstheater en locatietheater. Oerol neemt internationaal een duidelijke positie in deze discipline in en benadrukt in zijn aanvraag zijn groeiende internationale samenwerkingsverbanden. De commissie had het verhelderend gevonden als de betekenis hiervan inhoudelijk wat meer was toegelicht, waaronder een visie op de internationale tendensen van dit soort theater de rol van Oerol hierin.
Los van deze kritische noten, die niet de bijdrage an sich ter discussie stellen als wel de wijze waarop, constateert de commissie tenslotte nog dat Oerol jaarlijks voor (inter)nationale vakgenoten een belangrijke state of the art van het landschaps- en locatietheater vormt. Niet alles wat er wordt gemaakt heeft ook het hoogste uitvoeringsniveau, maar op Europees niveau hoort Oerol tot de top van het landschapstheater. De commissie is positief over de mogelijkheden die Oerols internationale contacten bieden, zowel voor het ontsluiten van de markt voor Nederlandse makers als voor binnenhalen van bijzondere internationale (co)producties.

Ondernemerschap
goed
De commissie vindt het ondernemerschap van Oerol goed. De organisatie is financieel gezond en het festival weet een uitzonderlijk hoog percentage eigen inkomsten te verwerven, waarvan het grootste deel directe opbrengsten zijn. Daarbij is er een duidelijke visie op de diversificatie van en de risicospreiding tussen de inkomstenbronnen. De wijze waarop het festival in afgelopen periode de paspoorten heeft ontwikkeld, maar ook de online kaartverkoop heeft opgezet, zijn hier mede debet aan. De interne besparing en reorganisatie die het festival zegt door te voeren ziet de commissie overigens weinig geconcretiseerd in de begroting; ten opzichte van eerdere jaren (2011 was een atypisch jubileumjaar) groeien de (beheers)lasten, waar de commissie in haar vorige advies ook opmerkingen over heeft gemaakt.
De commissie merkt op dat Oerol een merk is geworden en dat het festival dit mediatechnisch goed weet uit te buiten. Oerol heeft een groot publieksbereik. Het eiland zit aan zijn maximale capaciteit en via televisie bereikt het festival een groot publiek van thuisblijvers. Oerol waakt voor vergrijzing en zoekt naar verjonging in haar publieksbereik met onder meer online media en meer tweerichtingverkeer. De commissie waardeert dat, maar constateert tegelijkertijd dat er niet zozeer sprake is van verjonging van het publiek maar dat de leeftijdsopbouw van het festival min of meer gelijk blijft. De commissie merkt daarbij op dat een bezoek aan Oerol de nodige logistieke uitdagingen met zich meebrengt - tijd, onderdak regelen, op tijd kaarten bestellen, de reis - zaken die een bezoek aan Oerol ook relatief kostbaar maken. De drempel voor een jong publiek blijft, zonder infrastructurele ingrepen, hoog.
Oerol heeft een groot en zeer welwillend publiek. Dat levert niet alleen die hoge publieksinkomsten op, maar is ook prettig voor optredende kunstenaars. Dat maakt dat iedereen ook graag op dit festival wil spelen en de weinig riante omstandigheden voor juist die makers en gezelschappen op de koop toe neemt. De commissie vindt het ondernemerschap van Oerol dan ook enigszins geflatteerd wordt doordat het festival het risico wat dit aangaat bij de artiesten legt. Deels kon dit in het verleden opgevangen worden door subsidie dat gezelschappen zelf ontvingen. Reflectie ontbreekt op de veranderde situatie van deelnemende gezelschappen.

Bijdrage aan de pluriformiteit
zeer goed
De activiteiten van Oerol vindt de commissie zeer onderscheidend. Er zijn in Nederland meer zomerfestivals en een aantal daarvan presenteren ook locatietheater, maar er is in Nederland geen ander festival dat zich richt op de specifieke vorm van landschapstheater waar Oerol patent op heeft. Daarbij kenmerkt Oerol zich door zijn unieke totaalvorm, waarbij het hele eiland een podium aan het festival biedt. De aanvrager levert daarmee een zeer belangrijke bijdrage aan de pluriformiteit van het landschap.

Bijdrage aan de geografische spreiding
zeer goed
De bijdrage aan de spreiding is veel beter dan gemiddeld. Het festival vindt plaats op Terschelling, een plek waar vergelijkbaar aanbod ontbreekt.

Financiële bijdrage provincie of gemeente
zeer goed
Oerol heeft in de afgelopen periode bijdragen ontvangen van gemeente Terschelling en provincie Friesland van 50.000 en 250.000 euro en vraagt voor de periode 2013-2016 de instelling respectievelijk 100.000 en 325.000 euro aan. Als de gevraagde subsidiebedragen worden toegekend, levert dat een stevige lokale en regionale bijdrage op.

Toeslag
Oerol dient voor de toeslag een plan in voor Atelier Oerol, waarbij met Over het IJ Festival en met de Theaterschool/DasArts van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten wordt samengewerkt. Oerol wil daarmee bijdragen aan de versterking en de innovatie van talentontwikkeling door een opkomende generatie makers ontwikkelingsmogelijkheden te bieden en kwetsbare nieuwe locatieprojecten te produceren.
De commissie vindt Oerols bijdrage aan talentontwikkeling van belang en heeft dat ook in het criterium voor bijdrage aan de ontwikkeling van de podiumkunsten tot uiting laten komen. De commissie merkt op dat een uitwerking van deze plannen in de aanvraag ontbreekt. Essentiële vragen blijven onbeantwoord, zoals de vraag wie artistiek verantwoordelijk zal zijn voor dit traject. Er wordt geen inzicht gegeven in de wijze waarop gescout gaat worden of op welke wijze de samenwerking vorm krijgt. Het plan is een bundeling van bestaande trajecten maar reflectie op de resultaten tot nu toe ontbreekt. Daarmee wordt het voor de commissie onmogelijk om een oordeel te geven of het hier gaat om ontwikkelingen die de effecten van het eigen werk van de makers overstijgen.
Met DasArts werkt Oerol in het kader van Atelier Oerol samen om de resultaten van het samenwerkingstraject tussen Oerol en Over het IJ in 2012 te onderzoeken en in 2013 te implementeren. De Theaterschool/DasArts participeert momenteel in het workshopdeel met de huidige deelnemers en onderzoekt welke meerwaarde de koppeling van festival en school oplevert voor de maker en het vakgebied locatie- en landschapstheater. De commissie vindt dit echter primair een onderzoek van de postacademische opleiding ten behoeve van de ontwikkeling van het eigen curriculum en als zodanig niet niet in aanmerking komen voor de toeslag.

conclusie

De commissie concludeert dat zij op alle criteria positief tot zeer positief is over de aanvraag, waarbij het festival op de punten pluriformiteit en spreiding maximaal scoort. Alleen de activiteiten waarvoor een toeslag is aangevraagd, vindt zij onvoldoende overtuigend aansluiten bij de doelstelling van dit onderdeel. De commissie adviseert derhalve een bedrag toe te kennen van 250.000 euro, zijnde het basisbedrag voor grote festivals.



Aangevraagd bedrag 2013-2014€ 600,000
Basissubsidie per editie € 250,000
Toeslagniet toekennen
Totaal subsidie voor 2 jaar€ 500,000

festivals

organisatieaangevraagdtoekennen

5 Days Off€ 125.0000
Amersfoort Jazzfestival€ 125.0000
Amsterdam Dance Event€ 150.0000 *
Amsterdam Roots Festival€ 125.0000
Amsterdamse Cello Biennale€ 125.0000 *
Amsterdams Kleinkunst Festival€ 50.0000 *
Cement€ 150.0000 *
Charles Hennen Concours€ 50.0000
Circo Circolo€ 125.0000 *
Cultura Nova€ 150.0000 *
Dutch Jazz Competition€ 50.0000
Eurosonic Noorderslag€ 150.000€ 125.000 per editie
Festival Oude Muziek€ 300.000€ 250.000 per editie
Flamenco Biennale Nederland€ 150.0000 *
Gaudeamus Muziekweek€ 150.0000 *
Grachtenfestival Amsterdam€ 125.0000 *
hetdansfestival.nl€ 150.0000 *
Incubate€ 300.0000 *
Internationaal Kamermuziek Festival Utrecht€ 50.0000
Internationaal Orgelfestival Haarlem€ 150.0000 *
Internationaal Vocalisten Concours€ 50.0000 *
De Internationale Keuze€ 125.0000 *
Internationale Koorbiënnale€ 150.0000 *
Its Festival€ 150.0000 *
Jonge Harten Festival€ 125.0000 *
Julidans€ 150.000€ 125.000 per editie
Liteside Festival€ 20.0000
Metropolis Festival€ 150.0000
Motel Mozaique€ 125.0000 *
Mundial€ 150.0000 *
Musica Sacra€ 150.000€ 125.000 per editie
Music Meeting€ 150.000€ 125.000 per editie
Nederlandse Dansdagen€ 150.0000 *
Nederlands Theater Festival€ 150.000€ 125.000 per editie
Noorderzon Performing Arts Festival€ 300.000€ 250.000 per editie
November Music€ 150.000€ 125.000 per editie
Oerol€ 300.000€ 250.000 per editie
Operadagen Rotterdam€ 300.000€ 125.000 ** per editie
Rotterdam Philharmonic Gergiev Festival€ 150.0000
Rotterdam Unlimited€ 125.0000
Sonic Acts€ 150.0000 *
SPRING festival Utrecht€ 150.000€ 150.000 per editie
Theaterfestival Boulevard€ 300.0000 *
Tromp Percussion Eindhoven€ 50.000€ 50.000 per editie
Tweetakt€ 300.000€ 300.000 per editie
De Viooldagen€ 50.0000 *