NL / EN

MEERJARIGE ACTIVITEITENSUBSIDIE FESTIVALS EN CONCOURSEN 2013-2016

SPRING FESTIVAL UTRECHT

Moderne Dans en Beweging

inleiding

Springdance en Festival aan de Werf presenteren een gezamenlijk plan voor een nieuw festival, met de werktitel SPRING festival Utrecht. SPRING wil vanaf 2013 het toonaangevende, internationale platform worden voor actuele ontwikkelingen in de podiumkunsten (dans, theater en cross-over). Artistiek verantwoordelijk voor dit nieuwe festival worden de huidige artistiek directeuren van Springdance en Festival aan de Werf, Bettina Masuch en Rainer Hofmann. Voor de eerste festivals in 2013 en 2014 zal een groep nationale en internationale experts de vorming van het nieuwe festival begeleiden.
Zowel Springdance als Festival aan de Werf bestaat ruim 25 jaar en beide hebben zich in de loop der jaren geprofileerd als platform voor jonge (inter)nationale experimentele dans en theater. Zij vinden elkaar in een gedeelde artistiek-inhoudelijke visie, waarbij kunst de plek is om op de samenleving te reflecteren. Daarbij zijn de scheidslijnen tussen de disciplines vervaagd; producties laten zich vaak niet meer onder één noemer vangen. SPRING wil zich voorbij deze grenzen richten op de nieuwe en actuele vormen van podiumkunst. Dit moet uiteindelijk leiden tot een festivalvorm die kan mee bewegen met actuele ontwikkelingen. De aandacht van het nieuwe festival gaat uit naar theater- en dansmakers, die aan het begin staan van een nieuwe ontwikkeling. SPRING wil niet enkel een trend introduceren of presenteren, maar actief scouten naar juist die ontwikkelingen die een belofte voor de toekomst inhouden. SPRING beoogt voeding en vernieuwing van de podiumkunsten te bewerkstelligen. Dit zal verder ondersteund worden door een ontwikkelings- en reflectieprogramma.
Van het samenvoegen van de internationale netwerken van beide festivals verwacht de organisatie een belangrijke meerwaarde voor zowel internationale gezelschappen, makers en programmeurs, als voor Nederlandse makers die zich in een internationale context kunnen presenteren. SPRING festival wil een grote rol in Europa spelen en de bestaande netwerken inzetten en verbreden naar theater, dans en cross-over. Dankzij de Europese netwerken en de combinatie van Nederlandse en internationale producties verwacht SPRING festival een sterk platform te kunnen zijn voor internationale uitwisseling in de podiumkunsten van Nederland.
Het programma zal in de komende jaren tot 2016 uitgroeien naar minimaal tachtig voorstellingen met 30.000 bezoekers, onder wie 11.000 betalende bezoekers. Het programma bestaat voor driekwart uit internationale presentaties (Nederlandse premières en in geval van coproductie wereldpremières) en voor een kwart uit nationale programmering, waarbij premières van jonge, in Nederland gevestigde makers worden beoogd. SPRING festival verwacht een belangrijke rol te spelen in het presenteren van jonge makers nu er landelijk minder ruimte is voor jong talent.

Springdance heeft een aantal jaren subsidie ontvangen in het kader van de verschillende Cultuurnota's. Het festival diende ook in 2008 een aanvraag in bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De Raad voor Cultuur (RvC) vond de artistiek-inhoudelijke missie en het publieksbereik van het festival echter te smal voor een internationaal festival binnen de basisinfrastructuur (BIS). Sinds 2009 ontvangt Springdance subsidie in het kader van de vierjarige subsidieregeling van het Fonds Podiumkunsten.
Festival en Huis aan de Werf ontvangt als productiehuis met het daar aan verbonden festival subsidie in het kader van de BIS.
Beide festivals ontvangen structurele subsidie van de gemeente en provincie Utrecht; beide festivals hebben in afgelopen periode verschillende Europese subsidies verworven.
Adviseurs van het Fonds hebben in de periode 2009-2012 de verschillende festivaledities van Springdance bezocht.
De RvC heeft Huis en Festival aan de Werf in de periode 2009-2012 gemonitord.

beoordeling

Artistieke kwaliteit
ruim voldoende
De commissie is positief verrast over het plan dat Springdance en Festival aan de Werf nu gezamenlijk presenteren. Beide festivals hebben in de afgelopen periode nieuwe artistieke leiders gekregen; sinds 2008 is Bettina Masuch verantwoordelijk bij Springdance en sinds 2009 drukt zij haar stempel op het festivalprogramma; sinds 2010 is Rainer Hofmann betrokken bij Festival aan de Werf, dat hij vanaf de editie van 2011 vormgeeft. Het plan geeft een blauwdruk van een mogelijk daadwerkelijk nieuw festival, dat nadrukkelijk de verbinding opzoekt en experts van buitenaf uitnodigt mee te werken aan het vormgeven van dit nieuwe festival. Het plan geeft nadrukkelijk een tussenstand: twee organisaties op weg naar een toekomstgerichte festivalorganisatie. Het samengaan van beide festivals, zowel in tijd als in kleur, biedt volgens de commissie uitzicht op een nieuwe kern voedingsbodem van waaruit nieuwe, actuele vormen van podiumkunst kunnen ontstaan.
Beide festivals hebben een stevige staat van dienst waar het gaat om het tonen van nieuwe tendensen. Festival aan de Werf is een belangrijke presentatieplek gebleken voor de ontwikkelingstrajecten van het productiehuis en heeft zich sterk geprofileerd met locatieprojecten en ervaringstheater. De instelling heeft onder de vorige artistieke leiding een aantal interessante makers aan zich gebonden dat zich richt op het veld van performance, beeldende kunst en theater. De nieuwe artistiek leider heeft nog geen duidelijk eigen stempel gezet, mede door zijn recente aantreden. Met ingang van komend jaar stopt het Huis aan de Werf als productiehuis voor nieuwe makers. Daarmee stopt ook de ‘natuurlijke’ aanvoer van makers en producties vanuit het Huis naar het Festival. Herbezinning ligt daarmee voor de hand. Springdance heeft in het verleden altijd een voorhoedepositie ingenomen bij het verkennen van hedendaagse dans en performance. Deze positie heeft volgens de commissie in de afgelopen periode aan belang ingeboet, omdat het festival twee sporen probeert te verenigen; toegankelijk zijn voor een breder publiek en tegelijkertijd met vernieuwing en experiment vooruit lopen. Gelet op het verloop van de bezoekersaantallen bij de vroegere edities van het festival is date een begrijpelijke keuze, maar de commisie ziet daarin een gevaar voor de uitgesproken eigen signatuur. Naar het oordeel van de commissie is het de organisatie nog niet gelukt om daar een evenwichtig nieuw programmeringsprofiel voor te ontwikkelen.
Het plan reflecteert op deze huidige situatie en schetst een toekomst met een geheel nieuw profiel. Dat profiel is naar het oordeel van de commissie nog onvoldoende uitgekristalliseerd. De commissie constateert in het voorliggende plan een vorm van convergentie, maar dat neemt niet weg dat er sprake blijft van twee leiders met ieder verschillende netwerken. Dat voor het totstandbrengen van de synthese, de transitie, een adviesraad wordt gevormd vindt de commissie op zich een goede stap, maar zij wijst op het gevaar dat met de beoogde experts uit de respectievelijke natuurlijke achterbannen van beide festivals het nieuwe festival zich mogelijk onvoldoende kan losmaken uit het verleden en een waarlijk nieuwe visie kan ontwikkelen. Los van deze kanttekening vindt de commissie dat met de vestiging van een aantal interessante makers in Utrecht, de plannen voor de internationale programmering van het festival en de betekenis van de internationale netwerken van Springdance en Festival aan de Werf er perspectief is op een vruchtbare toekomst. Zij beoordeelt het plan op dit aspect als ruim voldoende.

Bijdrage aan de ontwikkeling podiumkunsten
goed
Kijkend naar de rol die beide festivals hebben gespeeld in het begeleiden en ontdekken van nieuw (inter)nationaal talent, dat vervolgens doorgebroken is, beoordeelt de commissie de bijdrage aan de ontwikkeling van de podiumkunsten in Nederland als goed. Ook nieuwe genres zijn, met name op Festival aan de Werf, tot ontwikkeling gekomen, in nauwe samenwerking met het bijbehorende productiehuis. Springdance heeft in de afgelopen jaren een belangrijke impuls gegeven aan de ontwikkeling van jonge choreografen met het speciale reizende talentontwikkelingsprogramma Europe in Motion met partners in onder andere Brut Wenen, Nottdance Nottingham, iDans Istanbul en CC Boekarest. Van de nieuwe manieren van presenteren, die in het nieuwe plan een prominente rol innemen, verwacht de commissie dat deze een ontwikkeling teweeg kunnen brengen die internationaal van invloed kan zijn. Daarvoor werkt Festival aan de Werf op dit moment al samen binnen een ander Europees project, Second Cities en Global city – Local city, met partners als Baltic Circle Festival Helsinki, LIFT-Londen, SpielArt Festival Má¼nchen, MTᜠTeine Tants Talin, Hellerau Dresden, Kaserne Basel en Teatr Laznia Nowa Cracow. Het belang van deze relaties in een Europees netwerk meewegend, heeft de commissie vertrouwen in de potentie van dit nieuwe SPRING festival om ook de komende jaren een belangrijke rol te spelen in de ontwikkeling van de multidisciplinaire podiumkunsten in Nederland.
Daarnaast biedt het nieuwe festival nog een ontwikkelingsprogramma, gericht op regulier publiek en een workshopprogramma voor vakstudenten en young professionals. Met het reflectieprogramma richt het festival zich op professionals en specialisten. Daarmee bevordert het festival volgens de commissie theoretische verdieping en reflectie, waarbij actuele ontwikkelingen in de kunst een relatie hebben met wat speelt in de samenleving. Bovenstaande leidt ertoe dat de commissie de bijdrage aan de ontwikkeling van de podiumkunsten goed noemt.

Ondernemerschap
ruim voldoende
In het vorige advies over Springdance in 2008 werden kritische noten gekraakt over het ondernemerschap; de commissie zag bij het festival hoge beheerslasten, een gering aantal betalende bezoekers en weinig plannen voor het verwerven van andere inkomsten. Met name op dit laatste vlak heeft Springdance stappen vooruit geboekt, als ‘trekker’ van twee succesvolle aanvragen bij de Europese commissie. Ook Festival aan de Werf heeft op dit vlak goede resultaten geboekt.
Aan de fusie liggen, naast artistiek- inhoudelijke overwegingen, bedrijfseconomische redenen ten grondslag. De festivals gaan in SPRING gezamenlijk op een veel kleinere schaal verder, met aanzienlijk minder activiteiten. In het plan zijn besparingen zichtbaar, zoals bijvoorbeeld in de backoffice, maar de commissie betwijfelt sterkt of deze besparingen voldoende zijn. De begroting die gepresenteerd wordt is nog geen fusiebegroting, maar een samenvoeging van beide begrotingen. De commissie is van mening dat het plan had moeten uitgaan van wat een festival met een dergelijke grootte op termijn nodig heeft. De gemaakte keuzes, zoals die voor een dubbele artistieke directie, leiden ertoe dat het festival in de nieuwe constructie nog steeds kostbaar is in relatie tot het aantal betalende bezoekers.
Positief vindt de commissie de ontwikkeling van een programma waarbij ondernemers in maandelijkse bijeenkomsten worden uitgenodigd mee te denken over de ontwikkeling van een loyaliteits- en sponsorprogramma. Ook de publieksbenadering van het festival wordt daarbij kritisch onder de loep genomen. De commissie heeft waardering voor de wijze waarop de organisatie een groter publiek wil vinden, daarbij gebruik makend van de positieve merklading van de twee afzonderlijke festivals. Het nieuwe festival formuleert daarbij ambitieuze publieksdoelen. In de afgelopen jaren hebben beide festivals stevig in publieksonderzoeken geïnvesteerd. Dat werpt nu resultaten af voor de nieuw te ontwikkelen marketingstrategie. Waar beide festivals in de afgelopen jaren ook letterlijk zichtbaarder zijn geworden in de stad Utrecht kan deze bundeling naar het oordeel van de commissie tot het gewenste resultaat leiden. Op basis van de verschillende overwegingen beoordeelt de commissie het ondernemerschap als ruim voldoende.

Bijdrage aan de pluriformiteit
zeer goed
De commissie vindt de activiteiten van SPRING zeer onderscheidend. Beide festivals zorgden al voor een stevige bijdrage aan het Nederlandse podiumkunstenlandschap; de bundeling van disciplines kan een vorm van podiumkunsten opleveren waarmee het festival een zeer belangrijke bijdrage aan de pluriformiteit van het landschap levert.

Bijdrage aan de geografische spreiding
neutraal
Het festival vindt plaats in Utrecht; daarmee wordt geen bijzondere bijdrage geleverd aan de spreiding van het aanbod in Nederland.

Financiële bijdrage provincie of gemeente
zeer goed
Beide festivals hebben in de afgelopen periode een bijdrage ontvangen van de gemeente en provincie Utrecht. Als nieuw festival heeft SPRING een soortgelijke bijdrage aangevraagd. Als de provincie en gemeente de gevraagde subsidiebedragen toekennen, levert dat een stevige lokale bijdrage op.

Toeslag
In het kader van de toeslag voor innovatie draagt het festival het project ‘Size Matters’ voor, een internationaal stimuleringsproject voor nieuwe grote zaalproducties van veelbelovende choreografen onder leiding van een internationaal gerenommeerde choreograaf of regisseur.
Samen met de dansfestivals in Den Haag en Amsterdam heeft SPRING een gebrek geconstateerd aan mogelijkheden voor choreografen om zich van de kleine zaal naar een groot podium te ontwikkelen. Om die reden wil SPRING het project ‘Size Matters’ starten, een internationaal stimuleringsproject voor nieuwe grote zaalproducties van veelbelovende choreografen. Het betreft een traject van ontwikkeling tot presentatie en is gericht op choreografen die deze overstap willen maken. De bedoeling is dat zij dit traject aangaan onder begeleiding van een internationaal gerenommeerde choreograaf/regisseur. Het project moet uitmonden in een Europees project met partners als Sadler’s Wells (Londen), impulstanz (Wenen), Theatre de la Ville (Parijs) en Tanz im August (Berlijn).
De commissie vindt het voorstel goed uitgewerkt. Het project is duidelijk beschreven, waarbij de verschillende stappen zijn aangegeven. Het gaat om makers die voor de ontwikkeling van een andersoortig werk opteren, waarbij het festival zorg draagt voor het samenbrengen van de makers met verschillende achtergronden en in verschillende stadia van ontwikkeling. Daarbij gaat het om een project dat een festivaloverstijgend doel nastreeft. De namen van jonge choreografen die worden genoemd en de begeleiders die worden beoogd geven de commissie het vertrouwen dat dit project zowel zal bijdragen aan de ontwikkeling van kwalitatief grootschalig nieuw repertoire als aan de doorstroming van jonge makers naar de grote zaal.

conclusie

De commissie concludeert dat zij op alle criteria positief is over het plan voor het nieuwe festival SPRING, waarbij het festival op de punten van pluriformiteit en matching door andere overheden maximaal scoort. Ook wat betreft het onderdeel innovatie vindt zij de plannen van het nieuwe festival SPRING overtuigend aansluiten bij de doelstelling van de regeling. De commissie adviseert derhalve een bedrag toe te kennen van 150.000 euro, zijnde het basisbedrag voor kleine en middelgrote festivals, aangevuld met de toeslag voor innovatie van het aanbod.



Aangevraagd bedrag 2013-2014€ 300,000
Basissubsidie per editie € 125,000
Toeslag€ 25,000
Totaal subsidie voor 2 jaar€ 300,000

festivals

organisatieaangevraagdtoekennen

5 Days Off€ 125.0000
Amersfoort Jazzfestival€ 125.0000
Amsterdam Dance Event€ 150.0000 *
Amsterdam Roots Festival€ 125.0000
Amsterdamse Cello Biennale€ 125.0000 *
Amsterdams Kleinkunst Festival€ 50.0000 *
Cement€ 150.0000 *
Charles Hennen Concours€ 50.0000
Circo Circolo€ 125.0000 *
Cultura Nova€ 150.0000 *
Dutch Jazz Competition€ 50.0000
Eurosonic Noorderslag€ 150.000€ 125.000 per editie
Festival Oude Muziek€ 300.000€ 250.000 per editie
Flamenco Biennale Nederland€ 150.0000 *
Gaudeamus Muziekweek€ 150.0000 *
Grachtenfestival Amsterdam€ 125.0000 *
hetdansfestival.nl€ 150.0000 *
Incubate€ 300.0000 *
Internationaal Kamermuziek Festival Utrecht€ 50.0000
Internationaal Orgelfestival Haarlem€ 150.0000 *
Internationaal Vocalisten Concours€ 50.0000 *
De Internationale Keuze€ 125.0000 *
Internationale Koorbiënnale€ 150.0000 *
Its Festival€ 150.0000 *
Jonge Harten Festival€ 125.0000 *
Julidans€ 150.000€ 125.000 per editie
Liteside Festival€ 20.0000
Metropolis Festival€ 150.0000
Motel Mozaique€ 125.0000 *
Mundial€ 150.0000 *
Musica Sacra€ 150.000€ 125.000 per editie
Music Meeting€ 150.000€ 125.000 per editie
Nederlandse Dansdagen€ 150.0000 *
Nederlands Theater Festival€ 150.000€ 125.000 per editie
Noorderzon Performing Arts Festival€ 300.000€ 250.000 per editie
November Music€ 150.000€ 125.000 per editie
Oerol€ 300.000€ 250.000 per editie
Operadagen Rotterdam€ 300.000€ 125.000 ** per editie
Rotterdam Philharmonic Gergiev Festival€ 150.0000
Rotterdam Unlimited€ 125.0000
Sonic Acts€ 150.0000 *
SPRING festival Utrecht€ 150.000€ 150.000 per editie
Theaterfestival Boulevard€ 300.0000 *
Tromp Percussion Eindhoven€ 50.000€ 50.000 per editie
Tweetakt€ 300.000€ 300.000 per editie
De Viooldagen€ 50.0000 *